5 nieuwe manieren om je theoretische presentatie tot leven te brengen
- ludonu
- 6 jan
- 4 minuten om te lezen
Zorg ervoor dat je theoretische presentaties beter blijven plakken dankzij korte leerinterventies op het juiste moment.
Je kent het moment vast. Je staat te presenteren. Je vertelt iets belangrijks, goed opgebouwd, stevig onderbouwd. Maar in de zaal zie je het gebeuren: een paar mensen pakken hun telefoon, blikken dwalen af. Niemand is Ʃcht meer aan het meedenken.
Niet omdat de inhoud niet klopt, maar omdat het momentĀ verkeerd is.
Precies daar liggen unieke kansen. Niet door harder te zenden, maar door het leerproces kort en slim te onderbreken. Met micro-interventies die deelnemers net op het goede moment helpen overschakelen: van luisteren naar verwerken, van informatie naar toepassing.
Die kantelmomenten noemen we cognitieve lussen. Ze duren vaak maar ƩƩn tot tien minuten. Maar ze hebben een disproportioneel effect op betrokkenheid, begrip en retentie.
In een eerdere blog beschreef ik de achterliggende theorie. Hier krijg je vijf nieuwe concrete werkvormen die elk zoān lus in gang zetten. Ze zijn direct inzetbaar en lopen op in moeilijkheid: van laagdrempelig tot verdiepend.
1. Fluistervraag
Doel: Aandacht richten op wat ertoe doet
Lus: Richten
Duur: 1 minuut
Niveau: Zeer eenvoudig, ook voor grote groepen
Instructie
Stop midden in een inhoudelijk blok en stel een eenvoudige, open vraag: āWat van wat ik net zei, wil jij onthouden?ā
Laat deelnemers het antwoord fluisteren naar hun buur.
Laat deelnemers vervolgens het antwoord van hun buur door fluisteren naar een andere buur.
Herhaal deze stappen zo lang je wilt
Sluit eventueel af door de deelnemers 1 item te laten kiezen en te laten delen.
Waarom dit werkt
De lage drempel en het korte format maken deze interventie ideaal als start.
Fluisteren creĆ«ert focus, activeert geheugen en maakt het veilig. De drempel om iets āfoutsā te zeggen verdwijnt.
2. EƩn minuut terugspoelen
Doel: Verwerken van nieuwe informatie via interne samenvatting
Lus: Verwerken
Duur: 2 tot 3 minuten
Niveau: Eenvoudig
Instructie:
Zeg na een blok theorie: āSpoel ƩƩn minuut terug in je hoofd. Wat kwam er allemaal langs? Wat zat erin dat je wil bijhouden?ā
Laat deelnemers dit in stilte noteren op een notitievel of in hun telefoon.
Daarna:āKies ƩƩn woord dat het voor jou samenvat.
āDeel dit woord in duoās of via een digitale tool, zoals Mentimeter.
Waarom dit werkt
Deze interventie combineert actieve herinnering, mentale structurering en eigenaarschap. Door zelf te kiezen wat belangrijk was, versterken deelnemers hun gevoel van autonomie en competentie.
3. Richtingswissel
Doel: Koppelen aan eigen ervaring
Lus: Verankeren
Duur: 5 tot 7 minuten
Niveau: Gemiddeld
Instructie
Laat deelnemers terugdenken aan een moment waarop ze precies het tegenovergestelde deden van wat je net vertelde.
āWanneer heb jij dit principe nĆet toegepast, bewust of onbewust? Wat gebeurde er toen?āLaat dit kort delen in tweetallen.
Optioneel: vraag of iemand ƩƩn ervaring plenair wil benoemen.
Waarom dit werkt
Door het omkeren van het perspectief dwing je deelnemers tot scherpe reflectie. De mismatch tussen theorie en praktijk wordt zichtbaar. En precies daardoor wordt de inhoud relevant.
4. Omdenker-top 3
Doel: Kritisch en creatief denken stimuleren
Lus: Aansteken en Vooruitdenken
Duur: 8 tot 10 minuten
Niveau: Gemiddeld tot gevorderd
Instructie
Geef deze opdracht in groepjes van drie:
āWat zijn de drie best mogelijke manieren om dit model compleet verkeerd toe te passen, met goede bedoelingen?ā
Laat elk groepje hun 'beste misvatting' presenteren met een korte uitleg.
Waarom dit werkt
Omdenken vereist inzicht, toepassing en humor. De activiteit stimuleert eigenaarschap en een diepere verkenning van valkuilen. Dat gebeurt zonder dat het belerend wordt.
5. Blinde brug
Doel: Projecteren naar toekomstige toepassing
Lus: Vooruitdenken
Duur: 12 tot 15 minuten
Niveau: Complexer, geschikt als brug naar transfer
Instructie
Laat deelnemers in duoās een fictieve casus maken: āJe collega heeft net deze theorie gehoord, maar ziet het nut niet. Hoe overtuig jij haar dat het wĆ©l werkt?ā
De ene deelnemer schrijft een kort gespreksfragment waarin hij de theorie toepast in een herkenbare situatie. De ander speelt de sceptische collega. Daarna wisselen de rollen.
Laat enkele duoās hun casus kort presenteren of verwoorden wat ze leerden.
Waarom dit werkt
Deze activiteit vraagt het hoogste niveau van cognitieve transfer. Deelnemers moeten kunnen zeggen: ik begrijp dit, ik geloof het, ik kan het uitleggen, en ik zie hoe het werkt in een ander hoofd dan het mijne.
Tot slot
Cognitieve lussen gaan niet over werkvormen, maar over momenten.Ze helpen jou als spreker of trainer om op het juiste moment het juiste soort denken uit te lokken.
Stel jezelf bij je volgende presentatie dus niet alleen de vraag:āWat wil ik vertellen?ā Maar ook:āWat heeft de ander nodig om het te verwerken, te verbinden of toe te passen?ā
Wil je hier zelf mee aan de slag? Bekijk de blog over cognitieve lussen of experimenteer met ƩƩn van deze micro-interventies tijdens je eerstvolgende presentatie.
Verder met dit thema? In onze open opleidingen en webinars werken we precies met dit soort kantelmomenten. Niet mƩƩr werkvormen, maar betere keuzes in timing en interventie.



