top of page

Juist of Fout? Speuren naar het verschil

  • ludonu
  • 12 jan
  • 3 minuten om te lezen

Weten wat iets niet is, helpt om beter te begrijpen wat het wel is. In deze activiteit kruipen deelnemers in de rol van foutmakers om daarna bewust aan de slag te gaan met foute en juiste beweringen, modellen of definities.


Ze zetten bewust een procedure, definitie of model op het verkeerde spoor, maar met kennis van de juiste versie. Daarna proberen andere groepen de fout te vinden. Sommige zijn écht fout… andere niet. Door fouten te creëren, detecteren én corrigeren versterken ze hun begrip én leren ze scherper denken. De twist? Sommige 'fouten' zijn helemaal geen fouten…


Deze activiteit maakte ik op basis van het artikel Learning by getting it wrong (on purpose) van Paul Kirschner. Je vindt het artikel via deze link en onderaan deze LUDO heb ik de belangrijkste punten ook samengevat.


Doelen

  • Inzicht ontwikkelen door bewuste contrasten tussen juiste en onjuiste informatie.

  • Actief voorkennis ophalen en verdiepen via contrastief leren.

  • Begrip verdiepen door actief na te denken over wat iets wel en niet is.

  • Metacognitief bewustzijn versterken: wanneer lijkt iets juist, en waarom eigenlijk?


Groepsgrootte, Timing & Setting

  • Aantal deelnemers: 8–40

  • Tijd: 45–60 min

  • Setting: offline of hybride

  • Thema's: deze activiteit werkt ideaal als je bepaalde modellen, procedures, stappenplannen, definities ... wilt aanleren.


Voorbereiding

  • Kies 4 tot 6 kernbegrippen, modellen of procedures die je deelnemers moeten beheersen. Of knip een procedure op in verschillende stukken.

  • Zorg voor een overzicht met de juiste versies van elk item (voor controle achteraf).

  • Voorzie blanco A4’s (of digitale werkbladen) waarop deelnemers hun 'foute versie' kunnen noteren.

  • Voorzie ook een aantal correcte versies die je zelf toevoegt aan de bundel.


Stap-voor-stap


1. Reflectie

  • Verdeel de deelnemers in kleine groepjes.

  • Elke groep krijgt één correct begrip, model of procedure (via hand-out of slide).

  • De opdracht: maak een versie die op het eerste zicht geloofwaardig lijkt, maar eigenlijk fout is.

    • De fout moet inhoudelijk verwant zijn, geen absurde verdraaiing.

    • De groep noteert de foute versie op een blad (bovenaan genummerd).


2. Delen

  • Verzamel alle foute versies én voeg 2 à 3 correcte versies toe die jij als facilitator vooraf voorbereid hebt.

  • Maak een bundel met alle bladen, elk genummerd. Geef deze in rondes door aan de groepen.

  • De opdracht: lees en bespreek telkens één blad en beslis of het juist of fout is én waarom.

    • De groep noteert hun oordeel + argumentatie op een apart invulblad.

    • Daarna draaien ze het blad om en lezen ze het juiste antwoord (of de foutcorrectie) achteraan.


3. Synthese & Presentatie

  • Laat elke groep kiezen welk item het meest verwarrend of leerzaam was.

  • Ze presenteren:

    • Wat het item beweerde,

    • Of het juist of fout was,

    • En waarom dit onderscheid belangrijk is voor de praktijk of het denken in hun vakgebied.


4. Debriefing (optioneel)

Selecteer 2 à 3 vragen uit deze lijst:

  • Wat maakte het lastig om fouten te herkennen?

  • Hoe voelde het om zelf fouten te maken?

  • Heb je je mening moeten bijstellen?

  • Wat neem je mee over leren en fouten maken?


Volgende stappen

  • Koppel deze activiteit aan retrieval-oefeningen of herhaling na enkele dagen.

  • Gebruik het als opstap naar intervisie of feedbacktraining.


Variaties

  • Online: Gebruik een gedeeld document waarin elke groep één pagina aanmaakt met hun foute versie. Andere groepen reageren met suggesties of foutanalyse.

  • Met score-element: Groepen krijgen punten voor correcte detectie én voor moeilijk te herkennen fouten.

  • Voor gevorderden: Laat deelnemers zélf correcte én foute versies maken zonder dat ze benoemen wat wat is.



Wat als je beter zou leren door bewust een fout te maken, terwijl je het juiste antwoord al kent? Dat is precies wat onderzoekers onderzochten in een reeks experimenten.


Ze ontdekten dat studenten die een fout bewust maakten en die onmiddellijk corrigeerden, even goed scoorden als studenten die gewoon het juiste antwoord probeerden op te halen uit hun hoofd. Maar wat bleek na een week? Diezelfde ‘foutmakers’ onthielden de leerstof beter op langere termijn.


Waarom werkt dit?

  • Door een fout te maken en meteen recht te zetten, maak je het onderscheid tussen ‘juist’ en ‘niet juist’ veel scherper in je hoofd.

  • Je activeert niet alleen de goede kennis, maar ook concurrerende ideeën en leert die uitsluiten.

  • Het proces voelt vreemd of onnatuurlijk, maar het maakt het leren juist dieper.


Belangrijk is wel:

  • Je moet het juiste antwoord al kennen.

  • De fout moet inhoudelijk logisch lijken, anders leer je er niets van.

  • En de fout moet onmiddellijk worden gecorrigeerd.


Wat het níét is:

Dit is geen ‘mislukken en daaruit leren’. Het is ook geen ‘op goed geluk proberen’. Hier draait het om bewuste fouten, gebaseerd op kennis. Leren gebeurt dus niet door te falen, maar door te vergelijken.


Wat kunnen trainers hiermee?

Je hoeft fouten niet te vermijden maar je moet ze ontwerpen. Maak het veilig en leerzaam om even fout te denken. Want pas dan wordt ‘weten wat juist is’ echt helder.

bottom of page